Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

 

De wijn van het Koninrkijk 
preek voor zondag 17 januari 2021
De Regenboog, NIJVERDAL
Viering van het Heilig Avondmaal

 

De kerkdienst is ook via Kerkomroep en YouTube te beluisteren. 

“Ik verzeker jullie: ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God” (Marcus 14:25)

Brood en wijn. Met twee eenvoudige levensmiddelen stelt Jezus het Avondmaal in. Twee gewone etenswaren. Niet helemaal gewoon, want het Avondmaal wordt ingesteld tijdens de Paasmaaltijd. De laatste Pesachmaaltijd, die Jezus met zijn leerlingen viert. Het brood op tafel is ongedesemd brood. Matses. Het brood, dat uitleg krijgt, als een Joodse jongen vraagt: ‘Waarom is deze nacht anders dan andere nachten? Waarom eten we matses en geen gewoon brood?’ De Joodse vader antwoordt dan: DIT brood moesten we haastig klaar maken, toen de Egyptenaren ons lieten gaan. Dit brood hadden we snel nodig als levensbehoefte voor onderweg’. Want BROOD – daar zit wat in – heb je broodnodig. Je kunt niet zonder. Het is van levensbelang.
Op diezelfde Paastafel staat ook wijn. Vier bekers wijn. Omdat de HERE God in het boek Exodus vier keer met verschillende woorden belooft dat Hij zijn volk zal redden. ‘Ik zal uitleiden. Ik zal redden. Ik zal verlossen. Ik zal jullie meenemen’. Vier keer is het goddelijk scheepsrecht van de verlossing. God zweert aan mensen in nood, dat Hij het er niet bij zal laten zitten. Dat Hij hen redt van de dood. Daarom 4 bekers WIJN. Wijn is anders dan brood niet noodzakelijk. Als je geen wijn lust, drink je water of iets anders. Wijn is overvloed. Wijn is feestelijk. Toppunt van geluk is in de Bijbel, dat ooit iedereen onder zijn eigen wijnstok zal zitten. Wijn is bruiloftsdrank. Het is de drank die gedronken zal worden als Jeruzalem, de dochter van Sion, in het huwelijk treedt. Zo beeldt Jesaja 62 het uit. De HERE God Zelf komt als de hemelse Bruidegom om Zijn aardse volk tot bruid te nemen. Voor Sion is dat het einde aan verlatenheid en troosteloosheid. ‘Men noemt je niet langer Verlatene en je land niet langer Troosteloos oord’. De HEER belooft de bruidsvreugde aan Zijn volk. Het bruiloftsfeest breekt aan en daar moet op gedronken worden. Wijnbekers worden gevuld. Gods feest mag uitbundig gevierd worden.

Brood en wijn staan dus voor nooddruft en overvloed. Noodzaak en weldaad. Ook aan het Heilig Avondmaal. De HEER geeft ons niet alleen het noodzakelijke brood. Hij reikt ons ook de overvloedige wijn aan. Brood en wijn. Voor nu én voor later. Jezus laat er geen misverstand over bestaan: het Koninkrijk van God is dichtbij, maar nog niet aangebroken. Het is er wel, maar toch nog niet. Gods verlossing is aanstaande, maar nog niet tegenwoordig. Jezus liet er door Zijn wonderen IETS van zien. Hij genas zieken, dreef demonen uit, stilde de storm op het meer. Daarmee gaf Hij tekens van Gods Rijk. Niet minder, maar ook niet meer dan tekens. Met die tekens doet Hij harten sneller kloppen. Maar als de harten op hol slaan, doet Jezus een stapje terug. Wacht even! Het IS nog niet zo ver, maar het KOMT er van…
Ja, dat Koninkrijk van U, KOMT er nog wat van? Die vraag komt bij je boven, als je in de wereld om je heen kijkt. ‘Komt er nog wat van?’, vragen wij bij alle rampen in de wereld en in ons persoonlijk leven. Dé grote vraag in deze Coronacrisis: ‘Komt er nog wat van verlossing? Hoe lang duurt het nog, voordat we het licht aan het einde van de tunnel zien? Hoeveel besmettingen komen er nog bij? Hoeveel mensen zullen nog ernstig ziek worden? Hoeveel zullen er nog overlijden? Wanneer komt er een einde aan deze wereldwijde troosteloosheid? Wanneer begint het bruiloftsfeest en kunnen we onbezorgd – letterlijk of figuurlijk - een wijntje drinken? Is dat nog ver?  
Soms is dat Koninkrijk heel dichtbij. Vooral vanmorgen. We mogen met Jezus aan tafel gaan. Aan het Avondmaal. Het Heilig Avondmaal is een stukje hemel op aarde: God woont bij de mensen. De HEER eet en drinkt met ons. Aan het Heilig Avondmaal zit de HEER met ONS aan tafel. Wij delen Zijn hemelse gaven. Het is alsof wij even in de hemelse bruiloftszaal zijn aangekomen. We proeven een stukje hemel op aarde…
Maar Jezus schudt ons wakker. Hij zegt: ‘Ik verzeker jullie: Ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God’.  Hij zegt: ‘Ik drink geen wijn meer. Niet meer. Voorlopig niet meer’. ‘Het Koninkrijk van God’ wacht nog op voltooiing. Daar moet nog aan gewerkt worden. “IK, Jezus Christus, moet er nog aan werken. Om te beginnen morgen. Op Goede Vrijdag. Dan geef Ik mijn lichaam als brood. Dan vergiet Ik mijn bloed als wijn”. Dan wacht het kruis. En denk nou niet, dat dat kruis in één dagje over en uit is. Dat kruis staat dwars over de wereldgeschiedenis getekend. ‘Tot aan het eind der wereld lijdt Christus in onze verlatenheid’. ‘In het onbarmhartig licht staat het kruis des Heren opgericht’. De Gekruisigde staat niet boven, maar is middenin onze crisis. Hij lijdt met de lijdenden. Is ziek met de zieken. Sterft met de stervenden. Hij is met ons – in het lijden. Jezus zegt: ‘Hoe kan Ik wijn drinken, als het nog geen bruiloft is? Hoe kan Ik de vreugdedronk drinken, als het Koninkrijk nog niet gekomen is?’

Maar JULLIE, JULLIE, moeten het vooral wél doen. BROOD eten en WIJN drinken. Straks als het weer kan op een feestje. Als de lockdown versoepeld wordt, op een gezellige avond met je vrienden. Breng een toast uit op een huwelijk, bij een jubileum, de geboorte van een kind, op je verjaardag. Hopelijk spoedig weer met een feestzaal vol mensen. Maar doe dat vooral ook nu. In je kleine kringetje. Neem een glaasje wijn, als je ervan houdt. Tel daarbij je zegeningen en vergeet er geen. Geniet van de tekens om je heen. Met mate natuurlijk. Verdrink je zorgen niet. Wijn is geen oplossing voor problemen. Wijn kan zelfs meer kapot maken dan je lief is. Maar wijn is een feestdrank. Wijn is een voorproefje van wat komen gaat. Je proeft de smaak van het hemels bruiloftsfeest. 

Laten we vooral wijn drinken aan het Avondmaal. Tot Zijn gedachtenis – als teken van het bloed van Christus. Dan beseffen we wat Hij voor ons heeft overgehad. Hij heeft zijn lichaam en bloed gegeven voor ons behoud. We beseffen meteen ook dat nog niet alles nieuw is. Er wordt nog steeds veel te veel bloed vergoten op deze aarde. Zo blijft het verlangen naar meer in ons wakker. We leven in de verwachting van Gods Koninkrijk. We steken de kop niet in het zand. Onze handen blijven krachtig, onze knieën stevig. We geven de moed niet op. We vatten telkens weer de hoop van Pasen. Want we weten van wie we het kunt verwachten. We beseffen aan wie de ware wijn te danken is. Het hartenbloed van de ware wijnstok stroomt door ons heen. Tot zegen van velen.

Christus, Gij zijt de wijnstok van het leven
In duizend ranken uitgebreid
Het leven, ons in U gegeven
Draagt goede vruchten op zijn tijd.
Laat ons uw ranken zijn voorgoed,
Doorstroom ons met uw hartenbloed
Amen.