Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

 

DE VERVOLGDE KERK

 Kerkdienst voor 16 juni 2019
Zondag Trinitatis 
met speciale aandacht voor de vervolgde kerk 

Kerkomroep: Het Centrum Nijverdal

16 juni 2019, 9.30 uur 

Lezingen: Jesaja 40:27-31 en Openbaring 12


‘De vrouw kreeg de twee vleugels van de grote adelaar om naar haar plaats in de woestijn te vliegen… de draak ging weg om strijd te leveren met de rest van haar nageslacht ’ 
(Openbaring 12:13-17)

 

De vervolgde kerk is niet meer ver weg. Ik herinner mij uit mijn jeugd dat we wel eens berichten hoorden over vervolgde christenen. Er kwam zo nu en dan een kort stukje over in de krant, op radio of televisie. Over geloofsvervolging in landen als Noord-Korea, China of de Sovjet-Unie. Er was wel eens een actualiteitenrubriek van EO of NCRV, die er enige aandacht aan besteedde. Je kon in de christelijke boekwinkel boekjes kopen van vrijgelaten gevangenen. Zij beschreven hoe verschrikkelijk het was om gemarteld te worden of jarenlang in een werkkamp te moeten zitten. Enkel en alleen omdat je gelooft. Dichterbij kwam het als je de gelegenheid kreeg om zelf een bezoek te brengen aan christenen achter het ijzeren gordijn. Wie ooit vóór 1989 naar Oost-Duitsland, Hongarije of Roemenië is gereisd weet wat dat betekent. Wachtrijen bij de grens. Controle of je geen Bijbels smokkelt. Gespannen sfeer in het land, waar één op de drie burgers bij de Stasi of Securitate behoort. Geheime bijeenkomsten, waar heel voorzichtig gebeden en zachtjes gezongen wordt. Om maar geen slapende honden wakker te maken. Wie zo’n reis meemaakte was weer blij en dankbaar om thuis te zijn. Je beseft het voorrecht van godsdienstvrijheid. In het vrije Nederland kan iedereen geloven wat hij of zij wil. Je bent vrij om elke zondag naar de kerk te gaan, een keertje over te slaan of desnoods helemaal af te haken. Niemand die jou erop aankijkt, aanspreekt en zeker niet veroordeelt. Contact met vervolgde geloofsgenoten doet je beseffen hoe rijk je bent als je leeft in een vrij land.

Maar die vervolgde kerk is tegenwoordig geen ‘ver van ons bed’ verschijnsel meer. Door de spectaculaire veranderingen op het gebied van communicatie. Via internet, satellieten en sociale media verspreid nieuws zich razendsnel. We zijn wereldwijd binnen no-time op de hoogte van het laatste nieuws. Ook het nieuws over vervolgd christendom. We weten dus precies hoe de ‘Top 10’ van landen met de meeste christenvervolging eruit ziet. Het kan niet meer verborgen blijven, wat er met onze vervolgde broeders en zusters gebeurt. De berichten zijn veel en bereiken ons snel. Toen enkele weken geleden Sri Lanka op zondagmorgen werd opgeschrikt door terreuraanslagen op kerken kon dat hier ‘s morgens in de kerkdienst al genoemd worden. Er is toen direct, enkele uren na de aanslagen al voor gebeden. Dan komt die vervolgde kerk dus heel snel heel dichtbij.

Maar ook op een andere manier is de vervolgde kerk niet meer ver weg. Het is maar de vraag: wat bedoel je eigenlijk met die uitdrukking ‘vervolgde kerk’? Wat is eigenlijk ‘vervolging’?

In Openbaring 12 wordt dat duidelijk gemaakt. In de beeldende taal van een visioen. Het visioen van Johannes op het eiland Patmos. Johannes was zelf een vervolgde christen. Hij was door de Romeinse machthebbers verbannen. Hij zat opgesloten enkel en alleen omdat ‘ik over God had gesproken en van Jezus had getuigd’. Zo zegt hij het zelf. Johannes kon zijn mond niet houden. Hij moest en zou getuigen dat Jezus zijn HEER was. Hij moest en zou aan iedereen duidelijk maken dat Jezus Christus ook voor hem gestorven was. Hij moest aan anderen doorgeven, dat Jezus de weg, de waarheid en het leven is. Dat niemand tot God de Vader komt dan door Hem. En dat pikken de Romeinen niet. Zoveel eer voor Jezus kunnen ze niet hebben. Dat gaat ten koste van het keizerlijk gezag. Dus zetten ze Johannes op een boot en sturen hem naar Patmos. Daarmee maken ze hem monddood. Maar op Patmos gaat voor Johannes de hemel open. Hij krijgt de openbaring. Hij ontvangt het nieuws uit de hemel als een bemoediging. Niet alleen voor zichzelf. Ook voor zijn verdrukte geloofsgenoten aan de wal. Hij schrijft zijn visioenen op. Hij stuurt die per brief aan de christelijke kerken in Klein-Azië.

Eén van die visioenen hebben we vanmorgen gelezen. Het is dus een bericht, dat gericht is aan een vervolgde kerk. Maar – let goed op: die vervolgde kerk is dichterbij dan wij denken. De boodschap die Johannes ons doorgeeft is ook voor ons bestemd.  

We zien een vrouw. Een vrouw als de eerste, als Eva. Een vrouw als Maria, het meisje uit Nazareth. Een vrouw die symbool staat voor Gods volk. Het volk dat de HEER gebruikt om Zijn plan op aarde uit te voeren. Het volk dat is bedoeld om leven te baren. Om HET leven, het leven met God te geven en door te geven. De vrouw baart een zoon. Niet zo maar een zoon. Het is het Koningskind. Het is de Zoon van God zelf. Hij is de Heiland. In Hem komt God de wereld verlossen.

Maar we zien ook een draak. Een groot vuurrood, bloeddorstig monster. Zo groot als een T-Rex. Met zeven koppen en tien horens. Zeven koppen om zevenvoudig te horen, te zien, te ruiken en te bijten. Tien horens als tekens van stootkracht en daadkracht.

Een monster – je zou er bang van worden als het zo voor je neus staat. Maar dat monster blijkt een potsierlijk gedrocht te zijn. Het monster blijkt geen winnaar, maar een verliezer. Een ‘loser’. Telkens is de HEER het monster te snel en te slim af. Als de vrouw haar kind baart en de draak het kind wil grijpen, wordt de Zoon in de hemel opgenomen. Als op Hemelvaartsdag. We zien de Zoon, Jezus Christus aan Gods rechterhand. Hem is alle macht gegeven. Als de draak probeert de hemel te bestormen, wordt hij er definitief uitgesmeten. Door de aartsengel Michael. De hemel is voortaan voorgoed bevrijd gebied. Een veilig toevluchtsoord voor al Gods kinderen. De hemelpoort staat voor hen open. Niets kan scheiden van de liefde van Christus. Zelfs de dood niet.

Maar nu de aarde nog! Als de draak ziet dat het kind onbereikbaar in de hemel is, valt hij de vrouw op aarde aan. Ook dat lukt hem niet. Ook nu is God de draak te machtig. De vrouw krijgt een veilig plekje op aarde. In de woestijn. De vrouw krijgt vleugels. Om zich snel te kunnen verplaatsen. Als de draak een watervloed op haar af stuurt, opent de aarde haar mond. Gods Schepping komt de vrouw te hulp. Zij is niet kapot te krijgen. De vrouw is dus Gods volk op aarde. De kerk, zullen we maar zeggen. En de boodschap is duidelijk: de kerk is veilig. Dat is de grote bemoediging die eruit gaat van dit visioen. De kerk is van alle tijden en alle plaatsen. Tot aan de laatste dag zal de kerk bestaan. Al zal ze ergens verdreven worden, uitgeroeid of uitgemoord, ergens anders zal zij weer opbloeien. De HERE God Zelf zorgt voor de vrouw. Voor een veilig plekje, een rustig plekje al is het dan in de woestijn. Zo houdt God zijn kerk in stand. Zo zorgt God voor zijn kerk als de bruidegom voor Zijn bruid. Zoals het lied het zegt, dat we straks nog zullen zingen: ‘De ware kerk des Heren in Hem alleen gegrond, geschapen Hem te ere. De bruid van Zijn verbond. Dankt aan Zijn dood het leven. Hij is haar bruidegom. Want God, zo staat geschreven, zag naar Zijn dienstmaagd om’.

Maar die vrouw, de bruid, heeft nog meer kinderen dan die ene Zoon. Kinderen die de kerk als moeder hebben. En dus Jezus als de oudste Broeder. Broeders en zusters in Christus. Een wereldwijde gemeenschap verspreid als zaad op de akker. De kerk is veilig – maar die verstrooide kinderen worden bedreigd. Door dat monster, door die grote bloeddorstige draak. We zien de draak staan – imponerend, intimiderend, oppermachtig, zo lijkt het. En die kinderen van de kerk, die broeders en zusters van de HEER: zo klein, zo nietig, zo kwetsbaar. De vervolgde kerk. We denken aan de christenen in India. Ze krijgen het steeds zwaarder te verduren. De oppermachtige Hindoemeerderheid accepteert niet langer dat zij vasthouden aan hun geloof in Jezus. We denken aan de christenen in China, die alleen mogen bestaan, als zij zich heel gedeisd houden. Geen kruistekens op hun kerken zetten. Geen bijbels in eigen taal. Gehoorzaamheid aan de communistische Partij gaat boven alles. We denken aan de christenen in islamitische landen als Iran of Pakistan. Zeker aan hen die zich van de Islam hebben bekeerd tot het christelijk geloof. Ze worden niet meer geaccepteerd. Ze kunnen zelfs ter dood veroordeeld worden als ze openlijk twijfelen aan het profeet-zijn van Mohammed.

De vervolgde kerk… Ver weg. Gelukkig maar, denken we dan. Ver van ons bed. Maar ook hier in ons vrije land is de draak actief. Meer geraffineerd, verleidelijk, meer ongrijpbaar. De draak wordt in Openbaring 12 ook ‘de slang’ genoemd. De slang die Adam en Eva in het paradijs verleidt. Om zich van God af te keren. Niet met grof geweld – als van een draak. Met maar een zacht sissende stem – die je hart raakt. De draak stuurt in het visioen een watervloed op de vrouw af. Dat water komt uit zijn bek. Dan kun je ook denken aan de woordenstroom, de stortvloed van woorden die over ONS in ONZE tijd wordt uitgestort. Juist in ONZE ‘vrije’ wereld. Denkbeelden die jou als jongere op school duidelijk willen maken dat het geloof een achterhaalde zaak is. Opmerkingen op televisie die ons vertellen dat het geloof alleen maar zorgt voor meer ellende in de wereld. Dat geloof iets is voor achterlijk ouderwetse domme mensen die ‘nog niet’ beter weten. Woordenstromen die ons vertellen dat je veel beter af bent, als je niet meer in Jezus gelooft. Dat het beter voor je is, als je alleen in jezelf gelooft en alleen voor jezelf opkomt. Ook daar zit die draak achter met zijn water spuwende bek… Dan horen ook wij dus bij ‘de vervolgde kerk’. Maar dan is niet alleen de waarschuwing voor ons bestemd. Dan klinkt ook de bemoediging in onze oren. Laat je niets wijs maken: die draak zal het niet winnen. Hij is een verliezer. Hij heeft nog slechts een beperkte tijd. Een paar honderd dagen, een tiental maanden, enkele jaren misschien. Na een tijd en tijden volgt de halve tijd. Dan is het definitief afgelopen met Zijn opgeblazen macht. Dan knapt zijn luchtballon. Dan gaat de duivel naar de verdoemenis. Maar wie vasthoudt en volhardt in het geloof heeft de toekomst. Want de HEER geeft jou vleugels. Vleugels van hoop. Je stijgt op als een adelaar. Je krijgt nieuwe kracht. Je loopt, maar wordt niet moe. Je rent, maar raakt niet uitgeput. Je komt uiteindelijk veilig aan. In de vaste burcht van onze God. De toevlucht voor de Zijnen.