Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

 

 

De roeier... 
preek voor zondag 19 juli 2020
De Regenboog, NIJVERDAL

 

De kerkdienst is ook via Kerkomroep en YouTube te beluisteren. Door een technisch probleem is het beeld niet optimaal.

“God heeft de mens inzicht in de tijd gegeven” (NBV)

“God heeft hun de eeuwigheid in het hart gegeven” (Naardense Bijbelvertaling)
Prediker 3:11

 


Roeien is voor mij een onbekende tak van sport. Ik heb nooit écht geroeid. Vroeger, in mijn jeugd, heb ik wel eens een roeibootje gehuurd om een dagje te spelevaren op de Loosdrechtse plassen. Misschien komt het er nog wel eens van dat ik een poging waag om een stukje te roeien op de Regge. Die kans is niet zo groot. Ik vind het verdraaid lastig om te roeien. Ik weet ook wel waarom. Anders dan bij kanoën of kajakken zit je bij roeien met je gezicht naar de verkeerde kant te kijken. Je kijkt naar achteren en je moet naar voren. Dus is mijn ervaring: als je enthousiast begint te roeien, raak je al snel uit koers. Je botst tegen de oever. Je komt vast te zitten in een rietkraag. Je moet dus echt goed en lang oefenen wil je in een strakke rechte lijn over het water glijden. Ik ben dus tot de conclusie gekomen: roeien is niets voor ongeduldige en onhandige mensen zoals ik. 

 

Toch wil ik vandaag het plaatje van een roeier voorhouden als beeld van de mens. De mens is als een roeier. Wat maakt een mens tot mens? Waarin is een mens anders dan een dier? Wat maakt ons mensen zo bijzonder? Een antwoord dat Prediker ons geeft is: de mens heeft inzicht in de tijd. Daarmee vatten we als eerste de woorden die Prediker in het Hebreeuws schrijft op zoals de Nieuwe Bijbelvertaling het doet. “God heeft de mens inzicht in de tijd gegeven”. De mens heeft kennis van het verloop van de tijd. Hij of zij kan onderscheid maken tussen dagen, maanden, jaren. Tussen verleden, heden en toekomst. De mens kan op de klok, op de kalender of in de agenda kijken. Om op tijd en bij de tijd te zijn. Want tijd – daar kun je niet omheen. Daar kom je niet vanaf. Tijd hoort bij Gods Schepping. God heeft ons de tijd zélf gegeven. Daarmee begint Prediker 3. ‘Voor alles wat er gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel’. Heel ons aardse, door de HERE God gemaakte bestaan, wordt gekenmerkt door ‘tijd’. Het is de verpakking waarmee ál Gods geschenken verpakt zijn. Waar we ook zijn, wat we ook doen – we kunnen niet ‘uit de tijd’ zijn of boven de tijd staan. We kunnen de tijd niet buitenspel zetten. We kunnen de klok niet stil zetten of de wijzers terugdraaien. Een teletijdmachine komt alleen in fantasieverhaaltjes voor. Want de tijd gaat verder. De tijd tikt door. Onherroepelijk. De tijd gaat altijd met ons mee. 

Die tijd hebben we gekregen. Van God gekregen. Tijd tussen geboorte en sterven. Tijd tussen gisteren en morgen. Tijd van leven. Leef-tijd. Speeltijd. Werktijd. Tijd is de lege ruimte, die ík vandaag mag vullen. Tijd is speelruimte. Werkruimte. Leefruimte. Om te doen wat je wilt. Prediker noemt een heleboel dingen op waarvoor we de tijd gekregen hebben. We vullen onze tijd met goede dingen als planten, bouwen, omhelzen, lief hebben, vrede stichten. Maar ook negatieve dingen als afbreken, verkillen, scheuren, haten, oorlog voeren. Zo vullen we de tijd met onze goede en slechte activiteit. Maar altijd is die tijd beperkte tijd. Dat is het kenmerk van tijd: Er zit een kop en een staart, een begin en een einde aan. Aan alles komt een eind. Soms is dat vervelend. Ik kom aan het einde van een mooie vakantie. Tijd om weer naar huis en aan het werk te gaan. Soms is het maar goed ook dat de tijd erop zit. Er komt een einde aan een ernstig ziekbed. Na verloop van tijd mag ik weer gezond en wel door het leven stappen. Ook de Coronacrisis is aan tijd gebonden. Er was een begin, maar één ding is zeker: er komt ook weer, vroeg of laat, een einde aan. Alles heeft een begin. Aan alles komt ook  een eind. 

De tijd zorgt ervoor dat er dingen achterblijven op je levensweg. Daar kijk je dan op terug. Daarbij past het plaatje van de roeier. Als mens moet je naar voren maar je kijkt naar achteren. Je vaart naar de toekomst, maar je zit in de richting van het verleden. Je gezichtsveld is wat geweest is. Dat is precies andersom dan wij zouden wensen. Dat maakt leven zo lastig als roeien. Wij willen toekomstgericht zijn. De blik vooruit. Met een toekomstvisie willen wij aan de slag. Het verleden willen we ‘achter’ ons laten. En zoals het lied zegt ‘Moedig d’ogen slaan naar het onbekende land’. Hoe begrijpelijk die wens ook is: het kan niet. Wij kunnen niet in de toekomst kijken. Het onbekende land ligt buiten ons gezichtsveld. Je zit in je roeiboot met je rug naar de toekomst gekeerd. Een korte beperkte blik over de schouder geeft je hooguit een glimp van wat ons te wachten staat. Een prognose, een verwachting. Maar het blijft koffiedik kijken, want een glazen bol hebben we niet. Inzicht hebben we van wat geweest is, van ons verleden. Dat verleden is dus heel erg belangrijk. Het is van levensbelang om terug te kijken op wat geweest is. Je kunt er je koers naar de toekomst mee bepalen. Zoals de roeier op de roeibaan naast zich een lijn heeft met boeien eraan ziet. Die lijn en die boeien, die hij al roeiend passeert, moet hij in de gaten houden. Daarmee bepaalt hij de juiste koers. Kennis van het verleden brengt je naar de toekomst. De Bijbel roept ons daarom telkens weer op om te vieren en te gedenken. Van tijd tot tijd, elk jaar weer Gods grote daden uit het verleden gedenken. Niet vergeten wat de HERE God voor ons gedaan heeft. Joden vieren jaarlijks met Pesach het grote feest van de uittocht uit Egypte. God heeft ons bevrijd in het verleden. Dat geeft ons hoop voor de toekomst. Hij heeft ons bevrijd. Hij zal ons bevrijden. Wij vieren ons kerstfeest. De komst van Christus in de wereld. Zoals het in de Galatenbrief omschreven staat: ‘Toen de tijd gekomen was zond God Zijn Zoon om ons vrij te kopen’. Wij gedenken het lijden en sterven van onze HEER bij het Avondmaal. Wij vieren elk jaar met Pasen en elke week op de eerste dag van de week de Opstanding van Christus. God heeft ons Zijn Zoon gegeven om ons te verlossen.

Inzicht in de tijd betekent ook dat je kijkt naar de dingen die God gedaan heeft in je eigen verleden. Daarom vieren wij onze feestjes, onze verjaardagen en jubilea. Het is belangrijk om je telkens weer af te vragen: waar en wanneer heb ik Gods hulp ervaren in mijn leven? Wat heb ik allemaal van Hem gekregen? Wat heb ik aan mijn God te danken? Wat was de tijd dat ik Zijn kracht en steun hebt ervaren? Dat zijn voor ons de lijnen en de boeien op de roeibaan van ons leven. Door zó naar het verleden te kijken, roei je rechtuit verder naar de toekomst. Die toekomst, die zo onzeker is. Of toch niet? De tweede mogelijkheid om de woorden van Prediker te vertalen luidt: ‘God heeft aan de mensen de eeuwigheid in het hart gegeven’. Eeuwigheid staat tegenover tijd. Eeuwigheid kent geen begin en geen einde. Iemand als Prediker is daarnaar op zoek. Naar iets dat alle ijdelheden, alle lucht en leegte te boven gaat. Iets dat werkelijk van waarde is en blijft bestaan. Omdat het niet vergaat. Iets dat werkelijk ‘duurzaam’ is in de letterlijke betekenis van het woord. Iets dat voortduurt en niet ophoudt. Dat is alleen bij God te vinden. De HERE God is de Eeuwige. Hij is de eerste en de laatste, het begin en het einde. Hij omvat de loop der tijden. Hij houdt mijn, jouw tijden in Zijn hand. Heel onze tijdelijke werkelijkheid wordt omsloten door Zijn eeuwigheid. Het goede nieuws, het evangelie is: dat God die eeuwigheid aan de mensen wil geven. Hij geeft ons leven rust en duur, zin en samenhang. Dat Hij gekomen is in zijn zoon Jezus Christus om ons vrij te kopen. Uit liefde heeft Hij ons vrijgekocht van ons eindige bestaan. We zijn door het geloof niet langer slaven van de tijd meer, maar kinderen van de Eeuwigheid. Kinderen van de Eeuwige. Dat gaat de tijd te boven. Dat duurt een eeuwigheid. 

Daarom kun je in je roeibootje vrolijk verder varen. We richten de ogen op Gods verlossende daden in het verleden. We mogen genieten van de mooie momenten, die God ons geeft. We koersen af op Zijn veilige overkant. Alle dingen hebben tijd, maar Gods liefde eeuwigheid.