Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

DE OPVOEDER

KERKDIENST PG NIJVERDAL (23-24 MEI) 
kijk of luister via:

KERKOMROEP   of   YOUTUBE 

 


LITURGIE:

- Orgelspel voor de dienst
- Woord van welkom door ouderling
- Aanvangslied: Hier in uw heiligdom…
- Stilte, Onze Hulp en groet
- Orgelspel en zang: Lied 834 - Vernieuw Gij mij…
- Gods leefregels
- Gebed om verlichting met de Heilige Geest
- Voor de kinderen
- Schriftlezing: Psalm 23 (voorgelezen door Steijn)


- Lied: Lied 23c Mijn God, mijn herder, zorgt voor mij
- Schriftlezing: Johannes 14:15-21
- Lied: Psalm 146: 3 en 5 Heil wien Jakobs God wil bijstaan
- Verkondiging: de Opvoeder
Tekst: ‘Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug’ (Johannes 14:18)
- Lied: Opwekking 687 Heer, wijs mij uw weg
- Afkondigingen van geboorte en rouw.
- Voorbeden en dankgebed
- Collecteaankondiging: voor de kerk
- Slotzang: Lied 415: 1 en 2 Zegen ons…
- Zegen gevolgd door gezongen Lied 415:3
- Orgelspel


 

VERKONDIGING:

 

 

‘Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug’ (Johannes 14:18)

 

 

Je mag van een kind niet verwachten, dat het zichzelf opvoedt’.

 

 

Enige jaren geleden was er een campagne om pleegouders te werven. Hoe nodig dat is, blijkt uit een paar televisiespotjes. Een kind zegt tegen zichzelf: ‘Wat zeg ik dan tegen die aardige slager, als ik een stukje worst van hem krijg?’. Een stoere jongen spreekt zichzelf toe met de woorden: ‘Wordt het niet de hoogste tijd, dat ik me aankleed, anders kom ik te laat op school!’. Een pubermeisje spreekt – bij gebrek aan ouders - zichzelf bestraffend toe met de woorden: ‘Zo, jongedame en waar kom ik zo laat vandaan? Had ik niet met mij afgesproken, dat ik om half acht thuis zou zijn? Weet ik niet hoe ongerust ik nu ben? Morgen heb ik huisarrest!’

 

 

Bij gebrek aan ouders of pleegouders spreken kinderen zichzelf toe in de getoonde filmpjes. Dat klinkt grappig, maar het is bittere ernst. Als je kinderen aan hun lot overlaat, moeten ze zichzelf opvoeden. Kinderen hebben ouders nodig. Of pleegouders. Opvoeders. Die zorgen voor brood op de plank en melk in het glas. Die spullen voor je kopen, in orde maken, voor je klaar zetten. Je veters vast maken, je naar school brengen, de band van je fiets lappen – totdat je het zelf kunt. Je hebt ouders nodig, die je langzamerhand leren voor jezelf te zorgen en op eigen benen te staan. Als je een jaar of zeventien, achttien bent, word je geacht zelf je kleren te kopen, je kamer op te ruimen, je geldzaken te regelen… Je kunt zo langzamerhand je eigen boontjes doppen en je eigen broek op houden. Maar zelfs dán is het nog erg fijn, als je een vader en/of moeder hebt, waar je kunt aankloppen met problemen of voor wijze raad. Kinderen hebben ouders nodig.

 

 

Afscheid moeten nemen van ouders is dus, als alles goed was, een pijnlijk proces. Ook als je ze tot op hoge leeftijd bij je mocht hebben. Als je het goed met hen had, mis je ze hartstochtelijk, als ze er niet meer zijn. Je mist hun warmte en liefde. Je mist hun luisterend oor en bemoedigende woorden. Je houdt hen dus in dierbare herinnering.

 

 

Het verlies van één of beide ouders, als je nog kind bent, is helemaal diep ingrijpend. Een kind kan zijn ouders niet missen. Als het bittere feit er ligt, moet je er maar mee zien klaar te komen. Misschien krijgt vader of moeder een nieuwe partner, die de rol van de overleden moeder of vader overneemt. Of, als je beide ouders overlijden, word je hopelijk opgevangen in een pleeggezin. Je krijgt pleegouders, die de opvoedende taak op zich nemen.

 

 

Iemand, die de opvoedende taak op zich neemt. Zo zou je ook de Heilige Geest kunnen noemen. Als Jezus met zijn leerlingen bijeen is aan de vooravond van zijn sterven op Golgotha, vergelijkt hij die leerlingen met kinderen zonder vader en moeder, met ‘wezen’. Jezus kondigt zijn afscheid aan. De leerlingen blijven dan als wezen achter. In de Bijbel worden wezen vaak genoemd als één van de drie meest kwetsbare groepen van de maatschappij. ‘Wezen, weduwen en vreemdelingen’ zijn de zwaksten van de oud oosterse samenleving. Juist voor die zwakken heeft de HEER, de God van Israël, een zwak. Zij mogen rekenen op de bescherming van de Almachtige. ‘Wees en weduw en ontheemde, doet Hij wonen op zijn erf’, zongen we in Psalm 146.

 

 

Tot die ‘wezen’ worden niet alleen diegenen gerekend, die vader en moeder hebben verloren. Het woord ‘wees’ wordt ook gebruikt voor slaven, van wie de heer is overleden. Of van leerlingen, die het zonder hun leraar moeten stellen. Als de volgelingen van de beroemde filosoof Socrates afscheid moet nemen van hun leermeester, voelen ze zich als wezen. Moederziel alleen. Vaderloos. Overgelaten aan zichzelf. En dat kan niet. 

 

 

Of toch? Een leerling kan niet zonder leraar. Een kind kan niet zonder ouders. Maar het moet toch in elk geval een keer WEL kunnen? Van kinderen kun je niet verwachten, dat ze zichzelf opvoeden, maar… van volwassen mensen mag je dat toch zeker wél verwachten? Is Jezus niet wat te kleinerend bezig, als Hij Zijn leerlingen met weeskinderen vergelijkt? Daarmee zegt Hij: ‘Jullie kunnen niet op eigen benen staan. Jullie hebben sturing en leiding nodig. Jullie zijn nog niet volwassen genoeg. NOG niet? Nee, jullie zijn het nooit! Jullie blijven levenslang wezen’.

 

 

Dat geldt zo in het geloof. Je bent nooit volgroeid. Je blijft altijd kind. Altijd leerling, die nooit zonder leraar kan. Je hebt altijd iemand boven je nodig, die je de weg zal wijzen, zoals een herder de kudde. Je hebt Jezus nodig, zoals het schaap de goede herder nodig heeft. Je kunt in heel het leven niet zonder Herder Jezus.

 

 

Jezus? Maar Jezus kondigt zijn heengaan aan! Hij gaat de weg naar het huis van de Vader met de vele woningen. Hij gaat de dood tegemoet. Daarna, na de Opstanding, zal Hij nog een korte tijd aan zijn leerlingen verschijnen. Dan vaart de rabbi ten hemel. Dan staan de leerlingen er alleen voor. Moederziel alleen. Als wezen.

 

 

‘Maar ik kom terug’, voegt Jezus eraan toe. En de omliggende woorden maken duidelijk, wat Hij daarmee bedoelt. Hij bedoelt niet zo zeer zijn wederkomst aan het einde der tijden. Hij bedoelt dan in de eerste plaats zijn komst door de Heilige Geest op de Pinksterdag. ZO komt Jezus terug. In de Geest der waarheid. Als de ‘Pleitbezorger’. Met dat woord ‘Pleitbezorger’ geeft de Nieuwe Bijbelvertaling weer, wat in vroegere Bijbelvertalingen met ‘Trooster’ werd vertaald. De Heilige Geest, de Trooster. Dat woord ‘Trooster’ is mooi en treffend, maar niet helemaal wat er staat. In het Grieks staat hier het woord ‘parakleet’. Een Parakleet is een term uit de rechtspraak. Het is de Advocaat, de Pleitbezorger, die jou verdedigt. Letterlijk betekent het woord Parakleet ‘iemand, die erbij geroepen wordt’, ‘iemand, van wie je de hulp inroept’. Je zegt tegen iemand: ‘Hé, zeg, kun jij mij niet even helpen? Kun jij mij niet de weg wijzen? Kun jij mij niet… opvoeden?’ De Heilige Geest, die Jezus belooft, is dus als de pleegouder, die de taak van vader en moeder overneemt. Omdat wij, als Gods kinderen onszelf niet kunnen opvoeden. Daarom stort God tien dagen na Jezus’ hemelvaart de Heilige Geest uit. Jezus gaat, de Geest komt. Als iemand die je te hulp kunt roepen. De vraag aan ons is: willen we dat? Zijn we zo bescheiden om toe te geven, dat we het zelf niet redden? Dat we in het geloof aangewezen zijn en blijven op Gods geestelijke bijstand? Dat woord ‘parakleet’ voor de Heilige Geest houdt zelf trouwens ook bescheidenheid in. Ik bedoel: de Geest van God dringt zich niet op. Als je Hem niet te hulp roept, dan komt Hij ook niet te hulp. Hij blijft op afstand, als jij hem op afstand houdt. Je kúnt Hem te hulp roepen. Vragen, Bidden. De Heilige Geest is daarom juist zo’n goede Opvoeder. Het is als met goede ouders, als je zelf ouder bent geworden. Ze bemoeien zich niet met jouw zaken en jouw kinderen. Ze gunnen je je eigen leven. Ze geven je alle vrijheid. Maar, als je hen nodig hebt, staan ze voor je klaar. Dan zijn ze graag bereid je te helpen.

 

 

De Heilige Geest is zo’n hulp in nood. Pleitbezorger, Trooster, Opvoeder. We kunnen ook van gelovigen niet verwachten, dat zij zichzelf opvoeden. Levenslang blijven we aangewezen op geestelijke bijstand. Als geen ander kan de Geest van God ons leven richting geven. Hij wijst ons de juiste weg. Want Hij kan doordringen in het diepste van je leven. In je binnenste, in je hart. Daar blijft Hij als een vader en een moeder diep in jou aanwezig. Om je te troosten, om je bij te staan en om je op te voeden. Door de Geest groeit het verlangen om te doen wat de hemelse Vader van je vraagt. Door de Geest groeit de afhankelijkheid. Zo groeit ook de dankbaarheid, dat je er nooit alleen voor staat.