Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Bruisend Nijverdal

Lezingen: Psalm 4 en Filippenzen 4:1-9
Kerkdienst 11 september 2022


‘Hilversum drie bestond nog niet, maar ieder had zijn eigen stem. Op elke steiger klonk een lied, van paljas of Jeruzalem’. Het is al weer vele jaren geleden, dat Herman van Veen dit liedje gemaakt heeft. Een vrolijk liedje met een vrolijk melodietje. Toen het in 1984 uitkwam, zat het direct in mijn hoofd. En het zit er nog, na 38 jaar. Als ik goed kon zingen of fluiten, had ik het even voorgezongen of gefloten. ‘Hilversum Drie bestond nog niet, maar ieder had zijn eigen stem. Op elke steiger klonk een lied, van paljas of Jeruzalem’. In dit liedje klinkt door, dat mensen vroeger meer zongen en floten op straat. Dus blijkbaar ook vrolijker, blijer door het leven gingen. De bakker floot een vrolijk liedje bij het brood bakken. De schilder nam Psalmen in de mond als hij op de ladder klom. De huisvrouw hing de was aan de lijn onder het neuriën van ‘Op de grote stille heide’ of ‘Daar was laatst een meisje loos’. Maar ja: das war einmal! Mensen zingen niet meer, is de teneur van Herman van Veens liedje. Ze fluiten niet ‘zo maar’ meer een vrolijk melodietje. Of had hij het mis?

Heb ík het mis, dat mensen tegenwoordig minder vrolijk zijn dan vroeger? Heb ik het mis dat er minder blijdschap is?

Ja, dat heb ik vast en zeker mis. Er zijn voldoende gelegenheden waar vrolijk feest wordt gevierd. Zeker nu de Coronastorm wat geluwd is. We mogen weer, dus we gaan weer helemaal los. Vooral de maand september, valt mij op, staat bol van de vrolijke evenementen. Deze week is het Bruisend Nijverdal. Moet je maar eens opletten hoeveel mensen er weer vrolijk uit hun dak gaan. Vrolijkheid alom! Blijdschap in top.

Oké, maar daar hebben wij het niet over. We zijn nu in de kerk! Niet voor niets heb jij, heeft u vanmorgen NIET gekozen voor de ‘bruisende’ tentsamenkomst op het marktplein. We zijn hier bij elkaar voor een gewone kerkdienst. En hoe staat het hier met de blijdschap? Hoe ‘bruisend’ willen wij het hebben?

Bij Paulus stuiten wij vandaag op het woordje ‘vreugde’. We kunnen dat woordje met gemak rekenen bij de kernwoorden van Paulus. Zeker als je de Filippenzenbrief leest. Telkens gaat het daar over ‘vreugde’. Het is zo ongeveer het belangrijkste, wat Paulus zijn lezers wil vertellen: ‘Verblijd u, verheug u’. Hij wordt niet moe het telkens te herhalen. Vreugde is kernwoord voor Paulus. Het hoort bij de kern van het geloof. Het hoort dus ook in het hart van de kerk.  

Nu wordt nogal eens gezegd, gedacht en geschreven dat het juist in de kerk aan vreugde ontbreekt. Dan hoor je zeggen: ‘Wat ik mis in de gevestigde, traditionele kerk, dat is een stuk blijdschap. Het gaat er in de kerk en in het bijzonder in de kerkdienst zo weinig bruisend aan toe. Jongeren vinden het vaak saai, langdradig, slaapverwekkend. Er kan niet vaak gelachen worden. Dat "past" niet. Bovendien gaat het vaak over sombere, droevige, ellendige zaken. We hebben het over ziekte, eenzaamheid en dood. Het gaat over oorlog, honger en geweld. Het is meer regen dan zonneschijn. Meer kyrie dan gloria. Het gaat over zonde, gerechtigheid en oordeel. Het gaat over de nood van de wereld en de belijdenis van ons schuldig hart…

Is dat zo? Ervaren we het zo? Als dat zo is, dan zit het goed fout. Want ‘vreugde’ is één van de belangrijkste onderdelen van het geloof. Zonder blijdschap kan en mag het niet gaan in de kerk. Zonder blijdschap heeft de kerk geen aantrekkingskracht en wervingskracht. Zonder vreugde geen bruisende gemeente.

Paulus roept ons daarom met klem op: "Laat de HEER uw vreugde blijven ". En, als één keer niet genoeg is: Nog maar een keer! "Ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd". Maar hoe krijg je dat voor elkaar?

De leden van de christelijke gemeente van Filippi waren aardig op weg om de blijdschap kwijt te raken. Zij zitten namelijk in zorgen over de apostel Paulus. Paulus heeft onder hen zijn werk verricht. Door zijn prediking zijn mensen tot geloof gekomen. Een kleine, maar o zo enthousiaste, geestdriftige, blijmoedige kerk is ontstaan in hun stad. Maar helaas. Het kon niet zo blijven. Paulus is vertrokken naar een andere plaats. Zijn zendingsreizen gaan verder. De christenen van Filippi raken om zo te zeggen hun geestelijk vader, de grondlegger van de gemeente kwijt. En dat is niet leuk. Zeker niet nu ze horen, dat Paulus in de gevangenis terecht is gekomen. Zelfs bereiken hen geruchten, dat het wel eens zou kunnen uitlopen op zijn dood. Voor de leeuwen of op de brandstapel. Als martelaar van de Romeinen.

Geen wonder, dat het met de vreugde snel bergafwaarts gaat in Filippi. De bezorgdheid slaat toe. Zorgen over hun eigen bestaan als christelijke kerk: Want hoe moet dat gaan in onze gemeente, nu Paulus vertrokken is? Bezorgdheid over Paulus: Zal hij het er levend van afbrengen? En bezorgdheid over hun eigen geloof: Waar is nu die machtige God van Paulus, die hij ons zelf verkondigd heeft? Schepper van hemel en aarde? Kan Hij Zijn dienaar niet verlossen uit de gevangenis en redden van leeuwen en vuur?

Zo verdwijnt de vreugde uit de gemeente in Filippi. De bruisende stroom van het geloof komt tot stilstand.  Maar zonder vreugde kan het niet en gaat het niet in de kerk. Dat is de dood in de pot. Dan verlamt alles. Dan komen er irritaties onder gemeenteleden. Dan komt er muggenzifterij. Dan vliegen we elkaar in de haren en worden het nooit eens. Zo ging het in Filippi. We lezen over Euodia en Syntyche, twee vooraanstaande zusters der gemeente, die elkaar het leven zuur maken. Ze hebben blijkbaar allebei een clubje medestanders achter zich gekregen. Waarover het gaat, weten we niet. Hoeven we ook niet te weten. Laten we in onze eigen gemeente opletten, dat meningsverschillen geen splijtzwammen worden.   

‘Dat komt ervan’, hoor je Paulus denken, ‘Dat komt ervan als de blijdschap ontbreekt. Mensen, die niet blij zijn, krijgen het snel met elkaar aan de stok. Dan krijg je binnen de kortste keren weer een kerkscheuring. Dan komt er niets terecht van het getuigenis in de wereld. Dan komt bruisend water tot stilstand en stilstaand water gaat onherroepelijk stinken. Daarom in hemelsnaam: "Verblijd u!".

Natuurlijk: Het lijkt één grote tegenstelling. Hoe kun je nou blij zijn? Is er niet alle reden om bedroefd te wezen? "Paulus, hoe kun jij vanuit je Romeinse gevangenis, levend met de dood voor ogen, toch zulke woorden schrijven? Hoe kun juist jij nu oproepen om blij te zijn?".

En hoe kunnen wij blij zijn hier en nu in de wereld van vandaag? Wereld vol leed. De ene crisis na de andere rolt over ons heen. De kerk mag toch niet de kop in het zand steken? Je kunt toch niet, zoals een ander liedje zingt, ‘dansen op een vulkaan’? Juist de kerk mag je toch niet meedoen met het ‘Leef alsof het je laatste dag is?’, ‘Het zal onze tijd wel duren’ en ‘na ons de zondvloed’? Juist als gelovigen mag je toch niet doen alsof alles koek en ei is?

Merkwaardig, onbegrijpelijk eigenlijk. Die brief van Paulus uit de gevan-genis. Bericht uit de Romeinse kerker. En toch: Geen somber, droevig, hopeloos verhaal. Eén grote oproep: blij zijn! Hoe is het mogelijk? Ondanks alles, onafhankelijk van je belabberde omstandigheden tóch blij zijn. Vreugde… in de HEER! Dat is de bron! Dat is het geheim! HIJ is de Bron van bruisend water. Hij geeft de vreugde – Hij ís de vreugde: Jezus, de HEER.

‘Blijdschap in de Heer’ kan blijkbaar bestaan, terwijl je het tegendeel ervaart en voelt en merkt. Het is een lach tussen de tranen door. Het is geen "goeie bui of goeie stemming". Het is niet zomaar "een optimistische levensvisie". Niet de kracht van positief denken. Het is niet alleen iets voor mensen met een "opgeruimd karakter". Het is er niet alleen als je "toevallig met het goede been uit bed bent gestapt". Je kunt diep in de ellende zitten om toch deze blijdschap te bezitten. Tegen alle ervaring, soms tegen beter weten in: Blij zijn. Op de bodem van je hart, soms heel diep weggezonken, op de bodem van de put, brandt het kleine vlammetje, bruist een klein stroompje – vreugde!

Blijdschap hangt namelijk nauw samen met iets anders. In het Grieks is het woord ‘vreugde’ verwant aan het woord ‘genade’. Charis – chairein. Blijdschap en genade. Vreugde is: Zich be-genadig-d weten.

Te weten onder Gods genade te leven.

Te weten kind van God te zijn.

Te weten dat Hij nabij is. Dichtbij. Altijd in je buurt…

Blijdschap is (heel eenvoudig eigenlijk): het besef, dat je gedoopt bent. Kind van God te zijn.

Of: je realiseren, dat je aan de tafel van de HEER mag gaan. De HEER heeft Zijn lichaam en bloed gegeven - ook voor mij.

Hoe staat het met de blijdschap op straat? Nu Hilversum 3 vervangen is door zoveel andere zenders? Nu ieder mens zijn eigen liedjes kan uitzoeken via Spotify? Nu heel veel mensen niet meer zingen op de fiets, maar via een oortje naar een mp3-tje luisteren?

Zing jij nog vrolijke liedjes, als jij aan het werk bent? Of kun je alleen nog echt vrolijk zijn, als je er een paar op hebt? Bruist Nijverdal alleen als de tap los is?

En hoe staat het met ons, hier in de kerk? Hoe blij zijn wij met de blijde boodschap?

Gelukkig, God dank – ze zijn nog best te vinden. Werkelijk blije mensen. Ik kom ze tegen: mensen, die het meer dan goed hebben. Die 10000 redenen tot dankbaarheid hebben en hun zegeningen tellen. Eén voor één. En die dat laten merken ook. Blijmoedig stappen ze door het leven. Jong en vrolijk. Of oud en tevreden. Zondags in de kerk zingen we samen een vrolijk lied. Om God te danken.

Ik kom ze ook tegen: mensen, geslagen door het leven. Ernstige ziekte, aftakelend lichaam, groot verdriet, zware verliezen geleden. Ze zien het nog steeds helemaal niet zitten. Ze zien de toekomst met angst en beven tegemoet. Het huilen staat hun nader dan het lachen. En toch en toch zeggen ze: "Als ik mijn geloof niet had ...". Op de bodem van hun hart stroomt de vreugde van de HEER, die hen erdoor sleept. En ze sleuren anderen erin mee. Door hun medeleven. Hun aanvoelingsvermogen. Hun luisterend oor en opmerkzaam hart. Hun onbegrijpelijk voorbeeld van vasthoudendheid. Niet met grote, vrome woorden, maar vaak in kleine dingen.

Ik hoop, dat jij ze ook tegen komt. Opgewekte mensen, die zich verheugen in de HEER. Vreugde werkt namelijk aanstekelijk. Het past helemaal bij de blijde boodschap, waarin wij geloven. Want het is toch onbegrijpelijk mooi en rijk: Het evangelie van God, die Zijn Zoon gegeven heeft. God die vóór ons is. Dat zorgt voor een bruisende kerk en voor een bruisend Nijverdal.