Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Alles komt goed

KERKDIENST PG NIJVERDAL
18 april 2022 Het Centrum
(tweede paasdag)

"Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat Hij is begraven, dat Hij op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat Hij is verschenen..."
(1 Korintiërs 15:3-5)

‘Alles komt goed?!’ was het thema van The Passion 2022. ‘Alles komt goed’ - met een vraagteken en een uitroepteken. Afgelopen donderdag werd dit televisiespektakel voor de 13e keer opgevoerd. Dit keer vanuit Doetinchem. Zonder veel publiek op straat, maar wel weer met een miljoenenpubliek achter de buis gekluisterd. Ik zal eerlijk bekennen dat ik niet een groot liefhebber ben van The Passion. De meeste liedjes die gezongen worden zijn mijn ding niet. Smaken verschillen, niet waar? Bovendien betrap ik er mezelf op dat ik bij het kijken telkens denk: ‘Klopt dat wel? Staat dat wel zo in de Bijbel?’. Ik blijf nu eenmaal ‘dominee’. Wat mij altijd, misschien juist daarom, wel uitermate interesseert is: hoe is het slot? Hoe sluit The Passion af? Wat wordt er nog gezegd en gezongen, nadat verteld is dat Jezus stierf? Meestal volgt er dan nog een toespraakje, een preekje van de verteller. Dit jaar was dat Radio DJ Ruud de Wild. Hij hield een persoonlijk praatje met prachtige woorden over het thema ‘Alles komt goed’. Mooie woorden over hoop, die we juist in onze tijd zo hard nodig hebben. Mooie woorden over het spoor van de liefde waar Jezus ons hebben wil. Eén zin bleef bij mij haken. Trof mij. Raakte mij. Dat was toen Ruud zei: “En of je nou gelooft in Jezus’ opstanding of niet – dat dondert niet…”. Dat werd voor mij zo’n zin die de rest deed vergeten. Waardoor ik niet goed meer verder kon luisteren. Ik vroeg me af: Klopt dat wél? Maakt het niet uit of je het gelooft of niet? Is het om het even of je gelooft dat Christus is opgestaan?

Dat brengt ons bij Paulus in 1 Korintiërs 15. Het zal je niet verbazen: Paulus zou geschokt zijn door zo’n zinnetje. ‘Of je nu gelooft in Jezus’ opstanding of niet – dat dondert niet’. Paulus zou zich misschien niet storen aan het taalgebruik. ‘Dat dondert niet…’ Hij kan er zelf ook wat van. Hij noemt zichzelf in dit gedeelte ‘een misgeboorte’. Nette vertaling voor ‘sukkel, klootzak’. Hij zou het alleen absoluut niet eens zijn met de stelling: “het maakt niet uit of je gelooft in de opstanding of niet”. Hij besteedt er in 1 Korintiërs 15 namelijk 58 verzen aan om duidelijk te maken: dat maakt wél uit. Juist het geloof in de opstanding maakt voor Paulus het verschil. Met felle bewoordingen maakt hij duidelijk: Daar staat of valt het hele christelijk geloof mee. Zonder opstanding is geloven zinloos, tevergeefs. Sterker nog: daar staat of valt jouw en mijn leven mee. Of je het gelooft of niet is dus zeker niet om het even. Geloof dat Jezus is opgestaan is voor ieder mens van levensbelang.

Voor Paulus is er een concrete aanleiding om hierop in te gaan. Hem is ter ore gekomen dat er in de christelijke gemeente van Korinthe mensen zijn die juist in de opstanding niet geloven. Ze vinden het geloof in de opstanding van Christus overbodig. Daar reageert Paulus op in dit hoofdstuk. Dat doet hij niet door het verstandelijk begrijpelijk te maken. Hij weet dat dat zeker niet zal lukken. Geloven gaat over dingen die je verstand te boven gaan. We zullen nooit in staat zijn om te begrijpen wat er op de allereerste Paasdag gebeurd is. Je kunt het alleen maar vertellen. Navertellen, doorvertellen. Verkondigen. Dat doet Paulus. Zoals anderen dat ook gedaan hebben. Hun verhalen hebben ons bereikt. Door de Bijbel. De ons bekende verhalen over Pasen. De vier evangelisten, Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes vertellen het elk op hun eigen manier. Paulus doet dat nog eens dunnetjes over in zijn brief. Op ZIJN manier. Ja, echt op de manier die we van Paulus gewend zijn. Krachtig, to the point, recht op het doel af. Confronterend ook. Direct naar de kern. De kern in vier woorden: gestorven – begraven – opgewekt – verschenen. Waarbij het tweede het eerste en het vierde het derde woord onderstreept.

Gestoven én begraven – dus Jezus was écht dood. Begraven zet een streep onder gestorven. Jezus was niet schijndood, niet op leven na dood, maar morsdood. Zoals ónze ‘doden’ – ónze geliefden die we los moesten laten. Waarvan we afscheid moesten nemen. Die we met de grootste zorg, met hartverscheurend verdriet uit onze handen moesten geven. En we zien voor ons, hoe Jozef van Arimathea met enkele anderen het gestorven lichaam van hun lieve HEER van het kruis halen. Ze leggen Hem behoedzaam in het graf. Ze rollen de steen ervoor. Zoals wij de aarde in het graf werpen. Het ‘zwarte gat’, het ‘over en uit’, de bittere dood.

Paulus vat het kort maar krachtig samen: ‘Gestorven en begraven’. Twee kleine opmerkingen voegt hij er nog aan toe. Veelbetekenend. ‘Zoals in de Schriften staat’, zegt hij. De dood van Christus maakt deel uit van Gods plan, Gods heilsgeschiedenis.

‘Voor onze zonden’, is de tweede bijstelling. Jezus stierf – voor ons. Om onze schuld te betalen. Om onze straf, de doodstraf, te ondergaan. Om ons te bevrijden, moest Hij lijden. Om ons te redden, is Hij gestorven en werd Hij begraven. Dus toen Hij stierf, stierven wij. Toen Hij werd begraven werd ons oude leven begraven. Zijn dood is onze dood.

Maar daar blijft het niet bij. Op Pasen wordt Zijn leven ons leven. ‘Hij is opgewekt en Hij is verschenen’. En dan zet ‘verschijnen’ een dikke streep onder ‘opgewekt’. Want Paulus voert getuigen op. Ooggetuigen van de opstanding. Zoals Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes dat ook doen in hun verhalen. Elk op hun eigen manier. Elk hun eigen getuigen. Veel mensen hebben het gezien. Hebben Hem gezien met eigen ogen. Opvallend – en voor onze tijd irritant, ergerlijk - daarbij is dat Paulus juist niet díe getuigen noemt, aan wie Jezus als allereerste verschenen is: de vrouwen. Juist dat maakt voor óns de Paasboodschap zo mooi. Dat Jezus als eerste verscheen aan het zo vaak vergeten, geminachte, gediscrimineerde deel van de mensheid: het vrouwelijk geslacht. De vrouwen die in de vroege morgen van de eerste dag de schokkende ontdekking doen, dat het graf leeg is. De vrouw, Maria Magdalena, die als één van de eersten, een ontmoeting heeft met de Levende HEER. Paulus noemt deze vrouwen niet. Typisch Paulus misschien, maar ook met een bedoeling. Een juridische reden. Voor de toenmalige rechtsspraak, gold het getuigenis van kinderen, slaven en vrouwen niet. Even goed slikken voor ons, maar laat het ons niet afleiden van waar het Paulus omgaat. Dat Jezus waarlijk is opgestaan. Beter gezegd: Hij is op-gewekt. Het was God Zelf die Hem uit de dood deed opstaan. Ook dat maakt deel uit van Gods heilsplan, zoals het in de Schriften is voorzegd. Ook hier, bij opgewekt, voegt Paulus de woorden ‘zoals in de Schriften staat’ toe. En daarbij nog: ‘op de derde dag’. En die ‘derde dag’ is ook écht ‘volgens de Schriften’. Op de derde dag grijpt God in. Op de derde dag na de dood – als er écht geen hoop meer is, als alles helemaal duister is, als de steen loodzwaar het levenspad verspert, dan komt de HEER in actie. Op de derde dag - Zoals het staat in de profetie van Hosea. ‘Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet Hij ons opstaan’. Ja, Hij, de HEER, redt ONS. Hij doet ONS opstaan. Want omdat Jezus gestorven is voor onze zonden, omdat Hij onze dood gestorven is, mogen we ook met Hem opstaan en leven.

Wat gebeurde op de Paasmorgen is dus niet om het even. Iets wat ‘niet dondert’. Het donderde wel op de Paasmorgen. Een aardbeving, een weggerolde steen, een graf dat leeg is. Dat is ook voor ons van levensbelang. Dat juist geeft ons hoop. Daarom juist is een uitvaart geen hopeloze plechtigheid. Daarom juist is geen goede daad, uit liefde gedaan, zinloos. Daarom juist is ons leven geen voortdenderende trein die vroeg of laat uit de bocht vliegt. Daarom juist is ons leven nooit reddeloos verloren.

Jezus is gestorven en begraven, is opgewekt en verschenen. Mensen hebben Hem gezien. Ze zagen hem met eigen ogen. Ze getuigen ervan. Ze verkondigen het. Zoals Paulus op zijn manier. Deze boodschap is voor hem geen verhaaltje. Geloof het of niet. Het heeft zijn leven veranderd. Hij de mislukkeling, het misbaksel, de sukkel, die fanatiek christenen vervolgde. Hij werd door de Levende HEER gegrepen. Jezus verscheen aan hem en Saulus werd Paulus. Van fanatiek tegen Jezus tot enthousiast vóór Hem. Het enige wat Paulus – in Gods Naam – van ons vraagt is om deze boodschap te aanvaarden. Om het evangelie te geloven en te belijden. Dat ‘dondert’ wel degelijk. Het maakt een levensgroot verschil voor je leven of je dit gelooft of niet.

Je kunt het ook anders zeggen: door Jezus’ opstanding heeft de HERE God de poort naar het leven wijd open gezet. U, jij, ik, ieder mensenkind, wordt van harte uitgenodigd om binnen te gaan. Het leven te omarmen.

Het slotlied van The Passion was – zoals ieder jaar – een lied door Jezus gezongen. De zanger die Jezus vertolkt zat dit jaar in wit gekleed op de hoek van het dak van het Doetinchemse theater. Hij zong:

 

Als de wereld stopt met draaien en je hart alleen maar bloedt
Leg je hoofd maar op mijn schouder. Alles komt goed

 

Als het voelt of je alleen bent, kom ik rennen naar je toe
Leg je hoofd maar op mijn schouder. Alles komt goed.

 

 

 

In deze woorden hoor ik de uitnodiging van de levende Heer: ‘Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt’. Ik herken de slotwoorden van het lied dat wij nu gaan zingen: 

‘Tot in de diepste nood, 
tot in de zwartste hel 
blijft Hij mijn metgezel’.

Met Hem, met Hem alleen komt alles goed.