Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE NIJVERDAL

Alleen door vertrouwen

KERKDIENST PG NIJVERDAL
(31 oktober 2021 Het Centrum Nijverdal)

Te bekijken via Kerkomroep of YouTube

“Abraham vertrouwde op God, en dat werd hem als rechtvaardigheid toegerekend” (NBV21)
“Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend” (NBG 1951)
(Romeinen 4:3)

Eén van de motto’s waarmee de Reformatie samengevat kan worden is de Latijnse spreuk: Sola Fide. ‘Door geloof alleen’, kun je dat vertalen. “Geloof’ was één van de woorden die door Maarten Luther naar voren werden gehaald. Als essentieel, als onmisbaar voor de kerk. Geloof is één van de zaken waarmee de christelijke kerk staat of valt. Maar de vraag is: wat bedoel je met ‘geloof’? Wat is ‘geloof’? Hoe kun je geloof het beste omschrijven?

Het woord geloof kan grote misverstanden oproepen. Om het geloof is heftig ruzie gemaakt. Zijn er  kerkscheuringen ontstaan. Ja, om het geloof zijn er zelfs oorlogen gevoerd. Bovendien lijkt het alsof je ‘geloof’ op een briefje kunt zetten. Zwart op wit als een geloofsbelijdenis. Ik geloof dit en dat en zus en zo. Daar is op zich niks mis mee. Het is goed om zo nu en dan het geloof te formuleren en op te schrijven. Zoals dat bijvoorbeeld gebeurd is met de apostolische geloofsbelijdenis. “Ik geloof in God de Vader en in Jezus Christus en in de Heilige Geest….”. Zo ontstonden de ‘Twaalf artikelen’ van het ‘algemeen onbetwijfeld christelijk geloof’.  Als een bondige omschrijving van ‘hier staan we voor, hier geloven we in’. Je kunt er bij wijze van spreken of zelfs letterlijk je handtekening onderzetten. Maar je kunt het dan ook gebruiken om elkaar de maat te nemen. Elkaar te verketteren. Elkaar af te schrijven. Is dat dan wat het ‘sola fide’ bedoelt? Ik denk het niet. Daarom gaan we vandaag op zoek naar de wortels van het woord ‘geloof’. In de Bijbel. Natuurlijk komt het woord ‘geloof’ vele malen voor in de Bijbel. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Ook in de bijbelgedeeltes die we gelezen hebben uit Genesis en de Romeinenbrief. Opvallend is dan dat de Nieuwe Bijbelvertaling hier en op veel andere plaatsen het woord ‘geloof’ vervangen heeft door het woord ‘vertrouwen’. Gelukkig, denk ik dan. Wat mooi dat ze dat gedaan hebben! Niet alleen omdat het woord ‘vertrouwen’ in mijn oren warmer klinkt dan het woord ‘geloof’. Ook niet alleen omdat het woord ‘vertrouwen’ niet de kwalijke geur aan zich heeft van ruzie en verkettering. Maar voor alles, omdat het woord vertrouwen precies weergeeft, wat er in de Bijbel bedoeld wordt. Met Abraham in Genesis. Met Paulus in de Romeinen brief en – na de Bijbel – met Luther en zijn reformatie. Van Abraham tot op de dag van vandaag kunnen we het doen met het woord ‘vertrouwen’. Vertrouwen heb je nodig. Alleen vertrouwen. Vertrouwen geeft je alles wat je nodig hebt.

 

Om maar bij Abraham te beginnen. We zien hem in Genesis 15 staan in de nacht onder de immense sterrenhemel. Duizenden lichtjes branden boven zijn hoofd. Maar toch is het nacht, is het koud. Abraham staat alleen, als klein nietig mensje onder die hoge hemel. Alleen. Hij heeft zijn familie en verwanten achter zich gelaten in Ur en Haran. Gehoorzaam aan die stem is hij op weg gegaan. Die stem van God, die ooit zo vreemd in zijn oren klonk, wijst hem de weg. De goddelijke opdracht heeft hij gehoorzaam opgevolgd. Maar nu is hij in een vreemd land omringd door vreemde mensen met een ander geloof. Hij moet het doen met Gods belofte. Alleen Gods belofte: je zult een kind ontvangen. Door dat kind zul je uitgroeien tot een groot volk, talrijk als de sterren. ‘Tel de sterren, als je kunt. Zo zal het ook zijn met jouw nakomelingen’. Niet te tellen. En Abraham vertrouwt. Hij vertrouwt op de HEER. Onvoorstelbaar, zouden wij denken. ‘Laat me niet lachen’. Dat Abraham dát gelooft! Maar als je het Abraham zou vragen, zou hij waarschijnlijk uitleggen, dat hij niet anders kán dan geloven. Of beter gezegd: dat hij niet anders kan dan vertrouwen. Het woord ‘vertrouwen’ betekent namelijk dat je je toekomst in handen van een ander legt. Dat doe je niet zo maar. Niet bij iedereen. Maar Abraham heeft de HEER leren kennen. Hij leert God steeds beter kennen. De HERE God is voor hem geen afstandelijke god, waarbij je maar moet afwachten. Geen grote onbekende. Abraham heeft de HERE God als Vriend, een goede Vriend. Een grote, machtige Vriend ook. En een echte vriend kun je vertrouwen. Die doet wat Hij belooft. Abraham verwacht daarom zijn toekomst van God. Dat is vertrouwen. Abraham heeft niets anders, niets meer dan vertrouwen. Vertrouwen op de HEER geeft hem hoop.

Zo kan het vertrouwen ook ons hoop geven. Als in óns leven de toekomst onzeker is. En wanneer is dat niet zo? Als wij God leren kennen, leren we op Hem vertrouwen. Op Zijn beloften voor onze toekomst. De belofte dat niets ons zal kunnen scheiden van Gods liefde. De belofte dat Hij die Zijn eigen Zoon gegeven heeft, ons met Hem alle dingen schenken zal. De belofte dat Jezus bij ons zal zijn tot aan de voltooiing der wereld. De belofte dat Hij met zijn Geest ons omringen zal, waar wij ook gaan of staan. Dat vertrouwen bezorgt ons geen onbezorgd leven, maar wel een hoopvol leven. Vertrouwen geeft hoop.

Als Paulus zijn brief aan de Romeinen schrijft, noemt hij Abraham als voorbeeld. Voorbeeld van geloof. Voorbeeld van vertrouwen. Wanneer we Paulus zien zitten met de schrijfstift in de hand achter zijn perkamenten brief kwellen hem sombere gedachten. Het probleem waar Paulus mee zit, is de onderlinge verdeeldheid in de christelijke gemeente van Rome. Verdeeldheid over de regeltjes – waar anders over. Het bekende liedje: voor de één kan het niet streng genoeg; voor de ander moet het losser en vrijer. We kennen het maar al te goed tijdens onze Coronacrisis. Het is een dankbaar onderwerp aan onze koffietafels. Strikt naleven van de hygiëneregels of de teugels eindelijk maar eens laten vieren. Even volhouden of al lang genoeg vastgezeten hebben. Vaccineren of niet vaccineren. Gespreksonderwerp, maar ook dankbaar onderwerp om vooral anderen mee om de oren te slaan.

In Rome ging het over de besnijdenis. Besnijden of niet besnijden – dat was de kwestie. Christenen, met name van Joodse afkomst, vonden dat je dat wel moest. Anderen vonden van niet. Zo ontstond de tweespalt. En dan zoekt Paulus de eenheid, de verbinding. Hij vindt dat in het voorbeeld van aartsvader Abraham. Hij vindt dat in het woord vertrouwen. Wat is het dat ons bindt? Als gelovigen, als christenen, als volgelingen van Jezus? Sola fide. Alleen geloof. Alleen vertrouwen. Vertrouwen op God is het wat ons tot een eenheid maakt. Eén volk van Abraham. En dat heel persoonlijk – zoals Abraham alleen staat onder de hoge hemel. Alleen voor God. Zo staat elk mens in zijn of haar leven onder de hoge hemel. Voor Gods aangezicht. En de HEER vraagt maar één ding van je. Niet of je al dan niet besneden bent. Niet of je al dan niet gevaccineerd bent. Niet of jij je wel aan alle regeltjes houdt. Nee, de HEER vraagt alleen vertrouwen. Vertrouwen op Hem en dus ook vertrouwen in elkaar. Want vertrouwen geeft verbinding. Verbinding met God, verbinding met elkaar.

31 oktober 1517. De dag dat Luther de 95 stellingen op de deur van de slotkapel te Wittemberg aanbrengt. Voor ons het startsein van de kerkhervorming. Voor Luther zelf was de reformatie toen al lang begonnen. Jaren ervoor was hij tot de conclusie gekomen dat het anders moest. In de wereld, in de kerk en om te beginnen in zijn eigen leven. Luther was in zijn jonge jaren groot gebracht met het geloof in een gevaarlijke, een toornende God. Een God voor wie je het nooit goed genoeg deed. Een God waarvoor je op moest passen. Altijd schiet je tekort. Nooit voldoe je aan zijn harde eisen. Wat je te doen staat is je zonden belijden en dan boete doen. Jezelf geestelijk en zelfs lichamelijk pijnigen om aan die hoogheilige God te laten zien dat je spijt hebt. Misschien zal Hij zich dan over je ontfermen… De aflaathandel versterkte dit idee. Vrede met God in dit leven en in het hiernamaals moet je betalen. Je moet letterlijk in de buidel tasten om de rekening met God te vereffenen. Luther komt er tot zijn grote vreugde achter dat dit beeld van God niet klopt. Hij ontdekt dit als hij de Romeinenbrief bestudeert. Als hij leest over Abraham die in God gelooft. Het vertrouwen op God wordt hem als rechtvaardigheid toegerekend. Dus niks geen boete doen of schuld betalen. Voor de HEER geldt alleen vertrouwen. Vertrouwen is genoeg om vrede met God te krijgen. Dat vertrouwen bracht rust in Luthers leven. Hij wist zich een geliefd kind van God. Zoals Abraham, zoals Paulus, stelt ook Luther zijn vertrouwen op de HERE God.

Ook voor u, jou en mij geldt: God is niet onberekenbaar, maar betrouwbaar. Hij is een liefdevolle Vader, die jou altijd weer thuis verwacht. Je kúnt op Hem vertrouwen. Je kunt Hem op zijn woord geloven. Hij heeft zich laten kennen als de Betrouwbare. Door Zijn Zoon voor ons te geven tot in de dood aan het kruis. Door Hem op te wekken uit de doden. Door ons het eeuwig leven te schenken. Geloof het maar, zeggen Abraham, Paulus en Luther ons. Als je op Hem vertrouwt heb je hoop voor de toekomst. Als je op Hem vertrouwt, ben je verbonden met Hem en met allen die in Hem geloven. Als je op de HEER vertrouwt, heb je rust in je leven. Je leert de HEER kennen als ‘de vaste burcht’. Naar Hem mag je altijd weer toevluchten. Hij laat je nooit vallen.