Website ds. Hans van Dalen

PREDIKANT TE KUDELSTAART

 AAN MIJN DEUR VOORBIJ


Kerkdienst op  2 juli 2017
Lezing: Exodus 12:21-30 en 2 Petrus 3:8-13

download opname
2 juli 2017.mp3 (33.43MB)
download opname
2 juli 2017.mp3 (33.43MB)



Tekst: ‘Want de HEER zal door Egypte heengaan om het te straffen. Maar ziet hij bij een deur bloed aan de bovendorpel en aan de posten dan zal hij die deur voorbijgaan, hij zal de doodsengel geen toestemming geven om uw huizen binnen te gaan en u te treffen’ (Exodus 12:23)

 

Het is midden in de nacht. Alles is pikdonker in mijn slaapkamer. Ik lig lekker te slapen in mijn eigen bedje. Zoals een kind van tien jaar dat kan: onverstoorbaar en vast. Niet wakker te krijgen. Maar plotseling wordt het lichtknopje omgedraaid. Ik word eerst aangetikt, dan wakker geschud. ‘Hans, wakker worden. Je moet eruit! Kom op!’. Het is mijn vader die me wakker maakt. ‘Schiet op, kom naar beneden’. Slaapdronken wrijf ik in mijn ogen: ‘Wat? Hoezo? Waarom?’. Maar dan zie ik het al: door mijn slaapkamerraam. Buiten, een flits. Even later hoor ik gerommel, gevolgd door een zware knal. Onweer! Ik begrijp het direct. Snel schiet ik een broek en een T-shirt aan en sprint de trap af naar beneden. In de huiskamer zit al een heel gedeelte van de familie bij elkaar. Papa, mama, broers en zusjes. Gezellig bij elkaar… Wat heet ‘gezellig’. Onweer – ik ben er nooit echt bang van geweest. Maar ik ben er wel van kindsbeen af aan van doordrongen: daar moet je voor oppassen. Onweer is levensgevaarlijk. Als er echt een zwaar onweer losbarstte boven mijn ouderlijk huis, dan werden dus we naar beneden geroepen. Klaar om te vluchten als de bliksem zou inslaan.

Daar zitten we. Beneden in de kamer. We gaan tellen. Telkens als er een lichtflits te zien is. Hoeveel seconden zitten er tussen lichtflits en knal? 1, 2, 3! Dan is het onweer op pakweg een kilometer afstand. Zit er minder tijd tussen? Dan is de ontlading vlak boven je hoofd. Gelukkig, de tijdsduur wordt langer. 5,6,7… 10 seconden. Het onweer trekt weg. Goddank - het gaat onze deur weer voorbij.

Het lijkt misschien wat overdreven, maar zo gingen wij thuis met onweer om. Als we vroegen waarom dan noemden mijn ouders een paar afschrikwekkende voorbeelden van blikseminslag met fatale gevolgen. Met onweer, vuur en brand moet je niet spotten, zo maakten ze ons duidelijk. De immense krachten van de natuur moet je serieus nemen. Je mag weer blij en dankbaar je bedje opzoeken als alles weer rustig is. Als het onze deur voorbij gaat.

Ook de Hebreeën zitten in de nacht van de uittocht bij elkaar in hun huiskamers. In een stikdonkere nacht bij een klein olielampje. Vader, moeder, kinderen opeengepakt. Rondom een gedekte tafel met lamsvlees, ongezuurd brood (matzes) en een schaaltje met bittere kruiden. Groot is de kamer niet. De Hebreeën zijn maar een slavenvolk. Al honderden jaren lang zijn ze in de ijzeren greep van de Egyptische machthebbers. Overgeleverd aan hun grollen en grillen. Ze hebben al veel vaker in spanning gezeten. Overdag, als ze hun slavenarbeid moeten verrichten. Werk je niet hard genoeg, dan wacht een stevige afranseling. Ben je niet meer sterk genoeg dan word je afgevoerd. Het kan je zo maar gebeuren. Ook ’s nachts, in hun nachtverblijven is de spanning vaak te snijden. Het kan zo maar gebeuren dat Egyptische soldaten door jouw straatje marcheren om iemand van zijn bed te lichten. Een razzia, een pogrom gebeurt nu eenmaal bij voorkeur in de nacht. Om niet te veel slapende honden wakker te maken. Je hoort als Hebreeuws kind de dreunende laarzen naderbij komen. Je hart bonst in je keel. Je bent weer blij als het geluid daarna wegsterft. Ze moeten dus gelukkig niet jouw vader of moeder hebben. Niet je broertje om hem in de Nijl te gooien. Niet je zusje omdat ze haar goed gebruiken kunnen voor hun huishoudens of erger nog. Je bent altijd weer blij, als het jouw deur voorbij gaat.

Wij kunnen dat ons niet voorstellen. We kunnen hooguit proberen ons een beetje in te denken wat mensen meemaken die onderdrukt worden of gevangen zitten. De oudsten onder ons, die de tweede wereldoorlog hebben meegemaakt. Zij die in een concentratiekamp of Jappenkamp hebben gezeten. Joodse onderduikers in hun ‘Achterhuizen’. Of negerslaven op de plantages in Amerika. Gisteren werd in Amsterdam het einde van de slavernij weer herdacht. Overgeleverd aan de wrede willekeur van de machthebbers. Altijd gespannen, zeker ’s nachts. Opgeschrikt worden door onverwachte geluiden… Opgelucht adem halen als het jouw deur voorbijgaat… In de afgelopen week deed de rechter uitspraak over de val van Srebrenica in 1995. Een handjevol Nederlandse ‘dutchbatters’ moest een paar duizend Bosnische moslims beschermen. De Serviërs onder leiding van generaal Mladic rukken op. Berichten worden steeds onheilspellender. Zal er op tijd luchtsteun komen? Zal de dreiging onze deur voorbij gaan? De enclave viel. De gruwelijke gevolgen zijn bekend. De rechter heeft nu geoordeeld: de Nederlandse Staat is deels verantwoordelijk en deels aansprakelijk. Het ging onze deur niet voorbij.

Er zijn – ook als je geen slaaf of gevangene bent - heel wat dingen op te noemen in het leven, waarvan je hoopt dat ze jouw deur voorbijgaan. Ziekte, ongeluk, oorlog, pijn, verdriet… Je hoopt ze nooit mee te maken. Je hoopt dat ze als een nachtelijk onweer om jouw levenshuisje heentrekken. Dat ze je met rust laten.

De Hebreeuwse slaven in Egypte hebben van Mozes en Aäron te horen gekregen wat er te gebeuren staat. Een hevig levensgevaarlijk onweer zal losbarsten boven Egypte. Na negen plagen is de maat echte vol. Water dat in bloed verandert, kikkers, zware hagelbuien, drie dagen duisternis… Het werd steeds heftiger, maar niets kon Farao op de knieën krijgen. Nu gaat de HEER definitief ingrijpen. In de nacht. Wat er zal gebeuren is onheilspellend duidelijk. Mozes heeft het in Gods Naam aan de mensen verteld. Ze moeten zich klaar maken om te vertrekken. De nachtelijke maaltijd is het teken. Pesach heet de maaltijd – ‘voorbijgang’ betekent dat. Een dodelijke kwaal zal Egypte treffen. Alle eerstgeboren zonen zullen sterven. Net als bij de andere negen plagen doet de Bijbelschrijver geen moeite om deze plaag te analyseren. Is het een ernstige epidemie die losbarst? Zo iets als het ebola-virus in Afrika? Of hebben juist de oudste kinderen iets te eten gekregen, waardoor ze vergiftigd zijn? Het interesseert de Bijbel niet. Wat wel duidelijk is, geeft ons des te meer moeite. De HERE God zit er achter. Hij is het, die Zijn oordeel ten uitvoer brengt. Hij deelt de definitieve klap uit, die Farao eindelijk op de knieën krijgt. Op de vraag ‘waarom het zo moet gaan’ krijgen we geen antwoord. In onze tekst is sprake van de doodsengel, de ‘verderver’ staat er letterlijk. Hij is degene die dood en verderf zaait onder de Egyptenaren. Die doodsengel is dus de beul, maar God Zelf is de rechter. De HEER staat de verderver toe om toe te slaan. De dood heeft zoveel macht als de HEER hem toestaat.

Laat ik eerlijk wezen: ik snap niet waarom het er zo hard en ruw aan toe moet gaan. Maar dat kan ik ook niet snappen. Want ik ben geen verdrukte Hebreeër in Egypte. Ik ben geen uitgebuite slaaf op een suikerplantage, die dagelijks mishandeld wordt. Ik ben geen gevangene omwille van mijn geloof, die gemarteld wordt. Ik zit niet uitgemergeld in een concentratiekamp van de nazi’s of een werkkamp van communisten. Ik ben niet jarenlang ondergedoken op een paar vierkante meter. Ik zit niet in kamp Westerbork gespannen af te wachten: zal de trein zonder mij of met mij vertrekken? Zal ik het overleven? Zal het onheil mijn deur voorbijgaan?

De Hebreeën in Egypte vieren ‘Pesach’ – voorbijgang. Ze mogen erop vertrouwen dat de doodsengel hun deur voorbij zal gaan. Kijken maar naar de deur. Op de beide deurposten en op de bovendorpel zit bloed. Het bloed van het Paaslam. Het is daarop gesmeerd met behulp van een paar Majoraantakjes. ‘Hysop’ noemen de oude Bijbelvertalingen het. In de tempel werd later met hysop bloed gesmeerd op bepaalde attributen. Het is een teken van verzoening. Het bloed van het Paaslam duidt op vergeving van zonden en reiniging van ongerechtigheden. Ook de Hebreeuwse slaven leven dus dankzij vergeving. Dat de doodsengel hún deur voorbijgaat is geen verdienste maar genade. In wezen zijn ze geen haar beter dan de rest van de mensheid. Alleen anders terecht gekomen. Aan de onderkant van de samenleving. En dat is nu juist waar de HEER, de God van Israël een bloedhekel aan heeft: de onderdrukking, de uitbuiting, het onrecht dat Zijn volk wordt aangedaan. Daar komt Hij tegen in opstand. Dan gaat Hij voor zijn volk vechten als de moeder voor haar kind. Hij kan niet toestaan dat Zijn lieveling, Zijn eerstgeborene, het kind van Abraham te gronde gaat. Daarom gaat de doodsengel de huizen binnen. Daarom gaat de HEER voorbij aan de deuren waar het bloed van vergeving is aangebracht.

Deze doodsengel kan ook onze deur voorbij gaan. Ook ons Paaslam is geslacht. Wij mogen leven bij de gratie van het Lam voor ons geslacht. Jezus Christus, onze HEER. Zijn bloed zorgt voor eeuwige bescherming, het eeuwige leven. Er kan heel wat ons levenshuis binnendringen (ziekte, ongelukken, pijn, verdriet, zelfs de dood), uiteindelijk gaat het allerergste onze deur voorbij. Wie verbonden is met de HEER, met Zijn lichaam en Zijn bloed, heeft altijd toekomst. Dankzij het bloed van het Lam gaat de verderfengel je deur voorbij.

Egypte werd geslagen. Uiteindelijk ging de Farao op de knieën. Het ging niet zonder slag of stoot. Er vloeide bloed. Het kon blijkbaar niet anders. Gods geduld is groot maar niet eindeloos. Ook nu nog is het geduld van de HEER groot. ZO groot, dat wij denken: Komt er nog wat van? Is de HEER niet traag in het nakomen van Zijn belofte? Laten we bedenken dat één dag voor de Heer is als duizend jaar. God heeft geduld met ons. Hij wil niet wil dat wij verloren gaan, maar tot inkeer komen. We kunnen de dagen, maanden, jaren tellen. Als de seconden tussen de lichtflits van Zijn komst en de donderslag van Zijn wederkomst. Dan zullen we merken: Hij komt steeds dichterbij. Zijn komst is niet te stuiten. Gods genade zal overwinnen. Er komt een einde aan de strijd. Het kwade wordt onderworpen. We verwachten een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Laat die mooie toekomst jouw deur niet voorbij gaan.